Verschillende vormen van steun in natura (voedingsbons, kleding, MIVB-kaarten)

Versie nr.: 01
Online sinds: 07-04-2008
Laatste wijziging: 04-07-2008
Printklare versie: TF_steun_in_natura__Nl__1.pdf

  1. Gebruiksaanwijzing en afkortingen
  2. Context
  3. Wat is steun in natura?
  4. Wie heeft recht op steun in natura?
  5. Aan welke voorwaarden moet de betrokkene voldoen om aanspraak te kunnen maken op steun in natura?
  6. Mag het OCMW samenwerken met een andere instelling op het gebied van steun in natura?
  7. Welk OCMW is territoriaal bevoegd?
  8. Het aangesproken OCMW is niet territoriaal bevoegd: wat moet er gebeuren?
  9. Het aangesproken OCMW is territoriaal bevoegd: wat moet er gebeuren?
  10. De subsidie van de federale Staat
  11. Bijzonderheden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  12. Wettelijke basis
  13. Voetnoten
  14. Andere nuttige fiches in verband met het onderwerp

1. Gebruiksaanwijzing en afkortingen

De Technische Fiches zijn bedoeld om de terreindeskundigen een praktische, duidelijke en geactualiseerde informatie te verschaffen over de verschillende vormen van steun en diensten aangeboden door de OCMW’s. Iedere fiche probeert exhaustief te zijn, maar in geval van twijfel is aangeraden andere bronnen te raadplegen.

Alle Technische Fiches staan ter beschikking op de website www.ocmw-info-cpas.be .

Om de verschillende vormen van steun die in de fiches zijn opgenomen, te kennen, kan u informatie opzoeken zowel via een inventaris als via een alfabetische trefwoordenlijst.

We vestigen de aandacht van de lezer er op dat het belangrijk is de datum van de laatste actualisering van de fiche na te gaan (zie datum onder de titel van de fiche).

Elke fiche hanteert in het algemeen dezelfde structuur. Na een beschrijving van de context, gaat de fiche verder met het geven van een antwoord op de vragen wat is het?, wie is er rechthebbende? en welk OCMW is er bevoegd?. Vervolgens worden de toepassingsmanieren behandeld, met name in het onderdeel wat moet het bevoegde OCMW doen om de steun toe te kennen? Voor elke vorm van steun wordt er ook een onderdeel besteed aan de staatssubsidie.

Naast iedere technische fiche die een bepaalde vorm van steun behandelt, bestaat er in principe ook een gebruiksvriendelijke fiche.

Deze gebruiksvriendelijke fiche geeft een antwoord op de concrete vragen van gebruikers en is opgesteld in de vorm van “Veelgestelde Vragen”.

We raden deskundigen ook aan van de gebruiksvriendelijke fiches te raadplegen. Deze behandelen immers dezelfde onderwerpen als de technische fiches, maar dan vanuit het standpunt van de steunaanvrager. Deze gebruiksvriendelijke fiches kunnen ook dienen tot informatiedocument voor het grote publiek.

De informatie die hier wordt aangeboden is geen wettige basis om rechten te doen gelden. Daarvoor verwijzen we naar wetteksten en reglementen.

Afkortingen die in deze fiche worden gebruikt:

De ingekaderde tekst wil de aandacht vestigen op belangrijke bepalingen.

up

2. Context

“Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.” (1) Een menswaardig leven leiden, houdt onder meer in dat de persoon zich kan voeden en kleden, een verblijfplaats heeft en zijn persoonlijke hygiëne kan verzorgen.

Het is de taak van het OCMW om aan personen en gezinnen de dienstverlening te verzekeren waartoe de gemeenschap gehouden is. Deze steun kan materieel, sociaal, medisch-sociaal of psychologisch van aard zijn (2).

Materiële maatschappelijke hulp kan zowel financieel (leefloon, equivalent leefloon, steun bij de samenstelling van een huurwaarborg, …) als in natura zijn. In tegenstelling tot financiële steun is steun in natura dus een niet-geldelijke hulp. In deze fiche zullen we het hebben over deze materiële hulp in natura.

Waarom materiële hulp in natura verlenen?

Soms is het beter om onmiddellijk maatschappelijke hulp te verlenen die niet voor andere doeleinden kan worden gebruikt. Door steun in natura te verlenen wordt gewoonlijk beantwoord aan een elementaire maatschappelijke behoefte, zoals voeding of kleding. Op die manier wordt onjuist gebruik van de hulp vermeden. Indien bijvoorbeeld financiële hulp wordt verleend, is het niet zeker dat het geld wordt gebruikt om te voldoen aan een specifieke dringende behoefte.

up

3. Wat is steun in natura?

Maatschappelijke hulp, zoals bepaald in artikel 57, §1 van de OW, kan onder meer materieel zijn. Deze materiële hulp kan zowel financieel (leefloon, equivalent leefloon, …) als in natura zijn. Steun in natura is dus een niet-geldelijke materiële maatschappelijke hulp.

Steun in natura heeft als hoofddoel om onmiddellijk te beantwoorden aan een elementaire maatschappelijke behoefte, zoals voeding, kleding en huisvesting. Sommige vormen van hulp die worden beschouwd als steun in natura (omdat ze materieel en niet-geldelijk zijn), zoals MIVB-kaarten, worden echter niet verstrekt met als enige doel te beantwoorden aan een specifieke dringende behoefte, maar in het kader van een bredere bekommernis, zijnde de menselijke waardigheid.

Met uitzondering van artikel 60, §3 van de OW dat bepaalt dat het OCMW “materiële hulp in de meest passende vorm” moet verstrekken, spreekt geen enkel artikel van de OW specifiek over steun in natura.

Er bestaat dus geen exhaustieve of limitatieve lijst met de verschillende vormen van steun in natura, die het OCMW mag verlenen. Elk OCMW gebruikt dus zijn beoordelingsvrijheid en autonomie en heeft zijn eigen praktijken op dit gebied uitgewerkt.

Enkele voorbeelden van steun in natura:

Opgelet! Artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 december 1996 betreffende de dringende medische hulp (3) sluit uitdrukkelijk uit dat dringende medische hulp mag worden gelijkgesteld aan steun in natura.

up

4. Wie heeft recht op steun in natura?

“Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.” (4)

De organieke wet betreffende de OCMW’s bepaalt geen leeftijds- en nationaliteits­voorwaarden voor de verlening van steun in natura. Bijgevolg kunnen ook minderjarigen aanspraak maken op steun in natura.

up

5. Aan welke voorwaarden moet de betrokkene voldoen om aanspraak te kunnen maken op steun in natura?

Op grond van artikel 60, §3, eerste lid van de OW moet het OCMW “materiële hulp in de meest passende vorm” verlenen. Materiële hulp kan zowel financieel (leefloon, equivalent leefloon, ...) als in natura zijn. Het OCMW heeft een grote beoordelingsvrijheid om in ieder individueel geval te bepalen of en in welke mate materiële hulp moet worden verleend en welke de meest geschikte vorm is (bijvoorbeeld steun in natura).

Hoewel iedereen recht heeft op maatschappelijke steun om een menswaardig leven te kunnen leiden, moeten twee algemene voorwaarden worden vervuld om aanspraak te kunnen maken op maatschappelijke steun (steun in natura, equivalent leefloon, steun bij de samenstelling van een huurwaarborg, …).

Voorwaarde 1: De gewone en effectieve verblijfplaats van de betrokkene bevindt zich op het Belgisch grondgebied

Deze voorwaarde is niet letterlijk opgenomen in de organieke wet betreffende de OCMW’s van 1976. Er bestaat niettemin constante rechtspraak dat maatschappelijke steun alleen wordt toegekend indien de begunstigde een gewone en effectieve verblijfplaats op het Belgisch g rondgebied heeft.

De gewone en effectieve verblijfplaats is de plaats waar een gezin of alleenstaande persoon gewoonlijk leeft. De bepaling van de hoofdverblijfplaats gebeurt op basis van een feitelijke situatie. De aanvrager van de hulp dient zelf het bewijs te leveren dat zijn verblijfplaats in België is.

Voorwaarde 2: De betrokkene is behoeftig en leidt geen menswaardig leven

Het recht op maatschappelijke dienstverlening bevat een onbepaalde referentie: de menselijke waardigheid. Zij die recht hebben op maatschappelijke dienstverlening, zijn alle personen met een wettelijke verblijfplaats in België en die zich in een situatie bevinden, die niet beantwoordt aan de menselijke waardigheid (5).

De beoordeling van een menswaardig leven gebeurt op een volledig geïndividualiseerde wijze maar houdt minimaal in dat de persoon zich kan voeden en kleden, een verblijfplaats heeft, zijn persoonlijke hygiëne kan verzorgen en toegang heeft tot gezondheidszorg.

De mogelijkheid om een menswaardig leven te leiden hangt grotendeels af van het bestaan van een voldoende hoog inkomen. Dit criterium komt overeen met de voorwaarde betreffende het RMI, die stelt dat de steunaanvrager niet mag beschikken over voldoende middelen, noch hierop aanspraak kan maken, noch in staat mag zijn om deze te verkrijgen, hetzij door persoonlijke inspanningen, hetzij door andere middelen. Het verschil is dat op het gebied van maatschappelijke steun geen enkel inkomensplatform is vastgesteld als norm en geen enkele berekeningswijze wordt opgelegd (6).

up

6. Mag het OCMW samenwerken met een andere instelling op het gebied van steun in natura?

Artikel 61, eerste lid van de OW bepaalt dat “het centrum een beroep kan doen op de medewerking van personen, van inrichtingen of diensten die, opgericht hetzij door openbare besturen, hetzij op privé-initiatief, in staat zijn de middelen aan te wenden tot verwezenlijking van de verschillende oplossingen die zich opdringen, met eerbiediging van de vrije keuze van de betrokkene ”.

Wegens het zeer uitgebreide werkgebied van de OCMW’s zijn zij immers niet verplicht om zelf alle taken uit te voeren, die hun worden opgedragen (7) . De OCMW’s mogen samenwerken met andere personen, instellingen of diensten om sommige van hun taken uit te voeren.

Wat steun in natura betreft, kan het OCMW bijvoorbeeld beslissen om samen te werken met een voedselbank en om de steunaanvrager dus door te verwijzen naar deze instelling. Naargelang van het geval bepaalt het OCMW de dienst of instelling die de volgens het OCMW noodzakelijke sociale bijstand zal verlenen.

up

7. Welk OCMW is territoriaal bevoegd?

a) Algemene regel:

In principe is het steunverlenend centrum (8) bevoegd, dit wil zeggen het OCMW van de gemeente waar de persoon die de hulp nodig heeft, zijn hoofdverblijfplaats heeft (9).

b) Uitzonderingen:

In bepaalde bijzondere gevallen kunnen andere regels van territoriale bevoegdheid ook gelden:

i) Indien bij het indienen van de aanvraag, de betrokkene zich bevindt in een instelling beschreven in artikel 2 §1 van de wet van 1965

Deze paragraaf gaat over instellingen zoals erkende rusthuizen, psychiatrische ziekenhuizen, etc. Het OCMW van de gemeente waar de persoon voor zijn hoofdverblijf is ingeschreven in het bevolking- of vreemdelingenregister is bevoegd (10). Er wordt rekening gehouden met de inschrijving op het ogenblik van de opneming van de persoon in de instelling. Indien er geen inschrijving is van hoofdverblijf op het ogenblik van de opneming in de instelling, is de algemene regel van het steunverlenend centrum van toepassing. Wanneer een persoon tijdens zijn verblijf in een instelling bedoeld in artikel 2, § 1 van de wet van 1965 achtereenvolgens en zonder onderbreking wordt opgenomen door verscheidene instellingen, blijft hetzelfde OCMW territoriaal bevoegd om steun te verlenen (11) .

ii) Indien de aanvrager dakloos is en niet verblijft in een instelling:

Het OCMW van de gemeente waar de aanvrager zich bevindt, is bevoegd, dit wil zeggen de plaats waar de betrokkene zijn feitelijke verblijfplaats (12) heeft.

iii) Indien de aanvrager een asielzoeker is:

Volgens artikel 2, §5 van de wet van 1965, is bevoegd het OCMW van de gemeente waar de steunaanvrager in het wachtregister is ingeschreven. Wanneer verschillende gemeenten vermeld zijn in de inschrijving van een asielzoeker dan is het OCMW van de gemeente aangeduid als verplichte plaats van inschrijving (code 207) bevoegd om steun toe te kennen.

iv) Indien de aanvrager studies met voltijds leerplan volgt en jonger is dan 25 jaar:

Het OCMW van de gemeente waar de student op het ogenblik van de aanvraag zijn inschrijving als hoofdverblijfplaats heeft in het bevolking- of vreemdelingenregister, is bevoegd. Dit OCMW blijft bevoegd voor de volledige ononderbroken duur van de studies (13) . De territoriale bevoegdheid voor studenten staat ook in detail beschreven in de fiche “GPMI studies met voltijds leerplan ”.

up

8. Het aangesproken OCMW is niet territoriaal bevoegd: wat moet er gebeuren? (14)

Indien het OCMW een steunaanvraag ontvangt waarvoor het zich niet bevoegd acht, dient het als volgt te handelen (15) :

Zolang de reden van het doorsturen niet is meegedeeld aan de aanvrager en de aanvraag niet is verstuurd, blijft het eerste OCMW verplicht om de aanvraag te behandelen en dient het, indien de voorwaarden zijn vervuld, de steun toe te kennen.

Indien het tweede OCMW zich ook onbevoegd verklaart, dient het dit onmiddellijk te melden aan de POD MI. Concreet moet deze een aanvraag indienen bij de Dienst Bevoegdheidsconflicten van de POD MI om een voorlopig bevoegd centrum te bepalen en dit binnen de vijf werkdagen (16) volgend op de ontvangstdatum van de aanvraag verstuurd door het eerste OCMW.

De aanvraag voor de bepaling van de voorlopige bevoegdheid dient als volgt te gebeuren:

De aanvraag voor het bepalen van de bevoegdheid dient de volgende elementen te bevatten:

  1. alle informatie over de identiteit van de betrokkene;
  2. een beschrijving van de feitelijke elementen en juridische elementen waarop het OCMW zich baseert voor de onbevoegdverklaring (het OCMW moet op synthetische wijze alle pertinente feiten vermelden om de bevoegdheid te bepalen en zijn territoriale onbevoegdheid te beargumenteren in de gegeven omstandigheden);
  3. een kopie van de gemotiveerde beslissing voor onbevoegdheid verzonden door het eerste centrum;
  4. de gegevens van de persoon die het dossier behandelt. De persoon die het dossier behandelt bij het OCMW moet snel en rechtstreeks gecontacteerd kunnen worden om eventueel bijkomende informatie te leveren.

De Minister maakt zijn beslissing, in principe onmiddellijk, over aan het OCMW dat is aangeduid om te beslissen over de steunaanvraag.

Het OCMW dat op deze manier wordt aangewezen moet onmiddellijk contact opnemen met de steunaanvrager om een snelle behandeling van de aanvraag mogelijk te maken en dit vanaf de datum van de originele aanvraag.

De andere OCMW’s betrokken in het bevoegdheidsconflict ontvangen ter informatie van de Minister een eensluidend afschrift van zijn beslissing.

Het OCMW aangeduid door de Minister conform deze procedure is bevoegd om een beslissing te nemen over de steunaanvraag.

up

9. Het aangesproken OCMW is territoriaal bevoegd: wat moet er gebeuren?

Indien een persoon zich aanmeldt bij een OCMW voor een steunaanvraag en het OCMW zijn territoriale bevoegdheid is nagegaan, moet het OCMW rekening houden met de volgende punten:

a) De verlening van steun in natura beoordelen

Het OCMW beschikt over een grote beoordelingsvrijheid om te beslissen of het al dan niet steun in natura verleent aan de steunaanvrager en, zo ja, in welke vorm de steun zal worden verleend.

b) Nagaan of de persoon voldoet aan de 2 algemene voorwaarden voor maatschappelijke steun

Ook al beschikt het OCMW over een grote beoordelingsvrijheid om al dan niet steun in natura te verlenen, toch moet het nagaan of de steunaanvrager voldoet aan de twee algemene voorwaarden voor maatschappelijke steun (Zie rubriek 5 “Aan welke voorwaarden moet de betrokkene voldoen om aanspraak te kunnen maken op steun in natura?”)

c) Een beslissing nemen en deze meedelen (17)

Het OCMW neemt zo snel mogelijk en uiterlijk 30 dagen na ontvangst van de aanvraag een beslissing over de toekenning van de steun in natura.

De beslissing moet binnen de 8 dagen volgend op de beslissing per aangetekende brief of met ontvangstbevestiging worden meegedeeld. De datum van de poststempel of van de ontvangstbevestiging dient als bewijs.

De beslissing is gemotiveerd en vermeldt de mogelijkheid om een beroep in te stellen, evenals het adres van de bevoegde beroepsinstantie.

up

10. De subsidie van de federale Staat

Er kan geen enkele vergoeding of bijdrage worden geëist als tegenprestatie voor de verlening van steun in natura.

up

11. Bijzonderheden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Er zijn geen specifieke bijzonderheden voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

up

12. Wettelijke basis

a) Wetten

Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (B.S. 6 mei 1965, Inforum nr. 25204)

Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (B.S. 5 augustus 1976, Inforum nr. 17967)

b) Andere

up

13. Voetnoten

(1) Artikel 1 van de OW.

(2) Artikel 57, §1 van de OW.

(3) KB van 12 december 1996 betreffende de dringende medische hulp die door de OCMW’s wordt verstrekt aan de vreemdelingen die onwettig in het Rijk verblijven, B.S. van 31 december 1996 (Inforum nr. 108431).

(4) Artikel 1 van de OW.

(5) Voor vreemdelingen die illegaal in België verblijven, is de taak van het OCMW beperkt tot dringende medische hulp. Bovendien is deze maatschappelijke steun niet gebonden aan een leeftijdsvoorwaarde.

(6) Een specifieke eigenschap van de taak van het OCMW op het gebied van maatschappelijke steun is dat het alle omstandigheden in overweging moet nemen, die eigen zijn aan het onderworpen geval zodat de verleende steun zo goed mogelijk beantwoordt aan de behoeften van de persoon. Om een ongelijke behandeling van de aanvragers te vermijden, hebben de meeste OCMW’s zelf interne criteria, normen en richtlijnen opgesteld, die verbonden zijn aan verschillende vormen van steun.

(7) Het zou echter illegaal zijn indien het OCMW al zijn wettelijke taken aan een andere, privé- of openbare instelling zou toevertrouwen .

(8) Artikel 1, 1° van de wet van 1965.

(9) De hoofdverblijfplaats is de plaats waar een gezin of alleenstaande gewoonlijk verblijft. Dit is de plaats waar men gedurende het grootste deel van het jaar verblijft. De bepaling van de hoofdverblijfplaats gebeurt op basis van een feitelijke situatie.

(10) Artikel 2, § 1 van de wet van 1965.

(11) Artikel 2, § 3 van de wet van 1965.

(12) Artikel 2, § 7 van de wet van 1965.

(13) Artikel 2, § 6 van de wet van 1965.

(14) KB bevoegdheidsconflict.

(15) Artikel 58, §3 van de wet van 1976; artikel 18, §3 wet RMI; KB van 20 maart 2003 tot vaststelling van de uitvoeringsmodaliteiten van 15, vierde lid van de wet van 1965.

(16) De werkdagen zijn maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag, behalve bij feestdagen. Zaterdag en zondag worden niet beschouwd als werkdagen in België, aangezien de meeste diensten gesloten zijn.

(17) Artikel 62bis van de OW.

up

14. Andere nuttige fiches in verband met dit onderwerp